Techniek
Op deze pagina leest en ziet u meer over mijn techniek. Dat doe ik aan de hand van één schilderij.
Op de pagina 'Bezig met...' (die u aantreft onder 'Atelier') breng ik verslag uit over een schilderij waar ik op dit moment aan werk.
Drager
Eigenlijk heb ik geen vaste aanpak of techniek. Dat verschilt per schilderij. Hoe ik te werk ga, hangt af van het onderwerp, de sfeer die ik wil bereiken, maar óók van mijn stemming. Soms heb ik gewoon zin om op paneel te schilderen. Een andere keer gebruik ik linnen als drager. Maar grofweg kan je toch wel zeggen dat de landschappen meestal op linnen en de stillevens op paneel zijn geschilderd.
Imprimatura
Bij landschappen, schilder ik niet op het witte doek, maar geef ik de drager meestal een roodbruine of grijze kleur (de imprimatura). Deze kleur geeft een diepte aan het schilderij. Bovendien vind ik het optisch prettiger werken dan op het felle en harde witte doek.
Opzet
Op de imprimatura zet ik de eerste tekening, de opzet. Maar ik werk ook geregeld omgekeerd; éérst de tekening en daarna de gekleurde grond.

Imprimatura met opzet
Eerste lagen
Daarna begin ik met een eerste, grof geschilderde gekleurde laag. Maar bij stillevens start ik ook wel eens met een onderschildering in één kleur. Vervolgens bouw ik het schilderij laag-over-laag op.
De eerste laag is grof opgezet. Ik schilder dan betrekkelijk snel, los en luchtig, met sterk verdunde verf en met grote penselen. De penseelvoering wordt fijner naarmate het schilderij vordert.
Ik schilder afwisselend en door elkaar dekkend en half-dekkend. Als het schilderij vordert ook glacerend (dwz met dunne, doorschijnende lagen). De imprimatura blijft meestal op sommige plekken in het schilderij nog zichtbaar.
Drogen
Na iedere fase laat ik het schilderij minstens twee weken drogen. Om die reden werk ik altijd aan meerdere schilderijen tegelijkertijd. In mijn atelier staan altijd wel een stuk of tien doeken en panelen waar ik mee bezig ben.

De eerste laag. De imprimatuur is nog duidelijk zichtbaar.
Vervolg
Na de eerste laag, bouw ik het schilderij rustig op. Stap voor stap verdiep ik kleuren, verhoog of verzacht ik contrasten en breng ik meer details aan. Na iedere zitting laat ik het schilderij weer drogen.
Verf
Aanvankelijk schilderde ik uitsluitend met fabrieksmatig gemaakte tubeverf. De laatste tijd experimenteer ik echter ook met zelf gemaakte verf. Ik wrijf de pigmenten dan, afhankelijk van het pigment, met lijnolie of papaverolie. Het verschil met tubeverf is enorm. Het was voor mij echt een openbaring. De verf is veel smeuïger en het schildert totaal anders.
Mediums
Ook mijn mediums maak ik zelf. Ook daar valt eindeloos mee te experimenteren. Ingrediënten kunnen bijvoorbeeld zijn: lijnolie, papaverolie, standolie, harsen, siccatief, bijenwas en eigeel. Het medium verschilt per fase waarin het schilderij zich bevindt.
Bij de laag-over-laag techniek is het belangrijk dat er gewerkt wordt van mager naar vet; iedere laag moet méér olie bevatten dan de laag er onder. Met zelf gemaakte mediums heb je dat goed in de hand. Ik houd per schilderij nauwkeurig bij welk medium ik in de laatste zitting heb gebruikt.

Het eindresultaat. De rode imprimatura blijft in het schilderij een rol spelen. De rode ondertoon is her en der nog te zien.
Klaar?
Het moeilijkste moment is om te bepalen wanneer een schilderij 'af' is. Soms zet ik het enkele dagen in de woonkamer, en werp er tijdens het tv-kijken of krant-lezen eens een blik op. Dat leidt geregeld nog tot kleine aanpassingen.
Vernissen
Na een jaar voorzie ik het schilderij van een slotvernis. Dan pas namelijk is de olieverf goed doorgedroogd. Wil ik het tóch eerder vernissen, bijvoorbeeld omdat het werk wordt geëxposeerd, dan breng ik een retoucheervernis aan. Dit verstoort het droogproces niet.